1 Keer per 2 weken ga ik naar schilderles. De kleine groep cursisten bestaat voor 100% uit vrouwen, allemaal iets ouder dan ik.

Mijn “schilderjuf” (zoals we haar plagend noemen) is erg geïnteresseerd in het (energie)werk dat ik doe. Onder het schilderen vertel ik haar geregeld iets van de kleine “wondertjes” die ik meemaak.  Zo leer ik van haar de kunst van het schilderen en zij van mij de bijzondere werking van lichaamsenergie.  De andere dames zijn soms wat sceptisch. En dat is prima. We respecteren elkaars meningen.

Oorsuizen

Tijdens een les zei de juf dat ze al lang last had van een naar geluid in haar oren. Een soort gesuis.  Er kwamen allerlei  reacties en goed bedoelde opmerkingen:  “ga naar de huisarts”, ” je hebt vast een te hoge bloeddruk”, ” ouderdom komt met gebreken”, “ja, het is de leeftijd, daar moet je mee leren leven”. En dat laatste vreesde ze zelf ook, dat ze er niet meer van af zou komen.

“Je kunt ook je ringvinger vasthouden”, zei ik. Iedereen lag natuurlijk in een deuk. “Tuurlijk, kun je ook doen, hahaha!” En ik kan me dat wel voorstellen. Het klinkt ook wel komisch.  Maar de schilderjuf nam het voorstel serieus. Haar nieuwsgierigheid was gewekt en ze zei dat ze het zou gaan doen. “Als het niet werkt, kies dan je middelvinger. Iedereen is anders, dus een ongemak kan ook per persoon een andere oorzaak hebben.  Je moet even kijken welke het beste werkt”, adviseerde ik haar nog.

Twee weken later

Schilderles. Het eerste wat de juf zei: “Het gesuis in mijn oren is weg! Ik heb de ringvinger een poosje vastgehouden en opeens was het verdwenen! En tot nu toe ook niet meer teruggekomen!” Dat vond ik natuurlijk leuk om te horen en ik was blij voor haar dat ze er vanaf was.

Maar het verhaal is nog niet af. Weer 2 weken later. Weer schilderles. De sceptische dame kwam met een bekentenis. “Nu moet ik je toch iets zeggen. Ik zat laatst in een wachtruimte en het duurde nogal. Begon toch ineens mijn oor keihard te piepen. Erg vervelend. En ik kon niks, want ik moest daar blijven zitten. Nou, toen ben ik dus mijn vinger gaan vasthouden…”. Ze keek er bijna beschaamd bij. “En weet je wat? Het trok direct weg! Ik wist niet wat me overkwam.”

Ik vond het stoer van haar dat ze het vertelde. En inderdaad, soms moet je eerst ervaren dat het helpt om het te kunnen geloven. En dat is begrijpelijk, want het lijkt te simpel. Het is haast niet te bevatten dat het helpt. En dat doet het toch. “Ik zal je zeggen, als het bij mij helpt, nou dan werkt het echt, want ik geloof daar helemaal niet in!” zei ze nog.

Mooi toch. Dat je er niet eens in hoeft te geloven en dat het dan toch kan helpen!

Meer weten?

Wil je meer weten over de herstelmogelijkheden van je eigen lichaam?  Vraag de gratis minicursus aan: